• Specialistisch onderzoek

  • Erkende archeologen

  • Verstand van zaken

  • Vlakdekkende opgraving

  • Effectieve samenwerking

  • Diepgaand onderzoek

  • Restauratie en conservering

  • Uitgebreide ervaring

Copyright 2017 - Vlaams Erfgoed Centrum

Bijzondere Voorwaarden bij archeologisch onderzoek in Vlaanderen

Aanvraag ingediend vóór 1 juni 2016?

Beschikt u over een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning met archeologische voorwaarden, aangevraagd vóór 1 juni 2016? Dan kunt u aanspraak maken op de overgangsbepalingen van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014. In deze situatie kan het archeologisch onderzoek nog volgens de oude regelgeving uitgevoerd worden. U dient voor het archeologisch onderzoek een archeoloog aan te stellen in functie van de uitvoering van de voorwaarden opgenomen in de stedenbouwkundige vergunning.

In eerste instantie dient het hele terrein voorafgaand aan de realisatie van het project door een archeologische prospectie met ingreep in de bodem worden onderzocht. Deze prospectie heeft als doel het terrein te screenen op de aan- of afwezigheid van archeologisch erfgoed, om een niet-gedocumenteerde vernieling van waardevol archeologisch erfgoed te vermijden.

De prospectie met ingreep in de bodem gebeurt volgens de bepalingen van het archeologiedecreet. Dit betekent onder meer dat de prospectie, inclusief de rapportage, wordt uitgevoerd onder leiding van een archeoloog. De archeoloog vraagt hiervoor een prospectievergunning aan bij het agentschap. Aan deze vergunning worden bijzondere voorwaarden gehecht. Als bouwheer kunt u deze bijzondere voorwaarden vooraf opvragen bij de provinciale dienst van het agentschap Onroerend Erfgoed om de aanbesteding van de archeologische prospectie vlot te laten verlopen.

De archeologische prospectie met ingreep in de bodem omvat ook de opmaak van een rapport. Dit rapport moet, conform de bijzondere voorwaarden, binnen een bepaalde termijn na de afronding van het onderzoek aan het agentschap Onroerend Erfgoed worden bezorgd. Pas na de ontvangst van het rapport kan het agentschap Onroerend Erfgoed beoordelen of de gronden kunnen worden vrijgegeven omdat relevante archeologische sporen ontbreken.

Als er wel relevante archeologische sporen zijn aangetroffen, moet men afwegen of behoud in situ mogelijk is. Kan dit niet, dan dient u de nodige tijd en financiële middelen voorzien voor een volwaardige archeologische opgraving voorafgaand aan de werken. Net als bij een prospectie wordt een opgraving uitgevoerd volgens de bepalingen van het archeologiedecreet en onder leiding van een archeoloog. Deze archeoloog beschikt over een opgravingsvergunning waaraan bijzondere voorwaarden zijn gehecht.

Aanvraag nog in behandeling: de procedure wetenschappelijke vraagstelling

Heeft u een stedenbouwkundige vergunningaanvraag ingediend voor 1 juni 2016, en is deze nog in aanvraag? Dan kunt u op dit ogenblik geen aanspraak maken op de overgangsbepalingen van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014. Dit betekent tevens dat een archeologische vergunning pas uitgereikt zal worden na de datum waarop de stedenbouwkundige vergunning of de verkavelingsvergunning is verleend.

Indien u wenst dat het archeologisch (voor)onderzoek aangevat wordt voorafgaand aan het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning, dan moet dit worden uitgevoerd volgens het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Dit kan volgens de procedure wetenschappelijke vraagstellingen.

Bij de procedure van de wetenschappelijke vraagstelling moet de erkend archeoloog een aanvraagformulier indienen bij de provinciale (buiten)dienst waar het project gesitueerd is. Het project moet dan wel worden uitgevoerd en gerapporteerd volgens de Code van Goede Praktijk.

U bent hier:

f m